Dit is waarom het verstandig is een oudere woning te isoleren
Een woning van voor 1975 is bij de bouw vrijwel nooit goed geïsoleerd. In de loop der jaren is er vaak wel iets verbeterd, meestal het dak, maar de vloer blijft geregeld onaangeroerd. Toch verdwijnt via beide plekken flink wat warmte en dus geld. Wie de energierekening structureel wil verlagen, doet er goed aan eerst uit te zoeken waar de grootste winst zit voordat er een aannemer wordt gebeld.

Warmte die via het dak verdwijnt
Warme lucht stijgt op, en dat is precies waarom een matig geïsoleerd dak zoveel geld kost. Gemiddeld gaat ongeveer 30 procent van de warmte in een woning verloren via het dak. Ligt er minder dan 8 centimeter isolatiemateriaal, dan is naisoleren al snel de moeite waard. Afhankelijk van het woningtype en het stookgedrag rekenen huiseigenaren op een besparing van 20 tot 40 procent op de gasrekening. Daarnaast wordt de ruimte onder het dak in de winter warmer en blijft die in de zomer langer koel, wat vooral prettig is wanneer daar een slaap of werkkamer ligt.
Voor wie de knoop wil doorhakken, is het verstandig eerst een offerte voor dakisolatie aan te vragen. Zo wordt duidelijk welk materiaal en welke dikte bij de woning passen en wat de kosten en de terugverdientijd zijn.
Koude voeten door een niet geïsoleerde vloer
Onder een woning zonder geïsoleerde kruipruimte stroomt voortdurend kou naar binnen, en dat voelt iedereen aan de voeten. De besparing van vloerisolatie is doorgaans kleiner dan die van dakisolatie, zo’n 130 kuub gas per jaar bij een gemiddelde hoekwoning, maar de winst in wooncomfort is minstens zo groot.
Een geïsoleerde vloer zorgt voor een gelijkmatiger temperatuur in huis, minder tocht en minder vocht vanuit de kruipruimte. Is de kruipruimte goed bereikbaar, dan hoort vloerisolatie tot de goedkopere en snelst uit te voeren maatregelen. Toch laten veel huiseigenaren dit liever door een specialist aanbrengen, simpelweg omdat een luchtdichte afwerking nauwkeurig werk vraagt.
Wat de investering ongeveer kost
De kosten van beide maatregelen lopen behoorlijk uiteen, en dat verklaart voor een deel waarom mensen vaak eerst het dak aanpakken. Dakisolatie voor een gemiddelde hoekwoning kost al snel enkele duizenden euro’s, met een terugverdientijd van ongeveer vijf tot zes jaar dankzij de hogere besparing. Vloerisolatie is met een investering van pakweg tweeduizend tot tweeënhalfduizend euro goedkoper in aanschaf, maar verdient zich door de kleinere besparing pas na een jaar of dertien terug. Wie puur op de euro’s let, kijkt dus naar het dak. Wie vooral van koude voeten af wil, kiest sneller voor de vloer, ook al is de winst op de energierekening kleiner.
Bepalen wat het eerst aan de beurt is
Niet elke woning heeft evenveel baat bij dezelfde maatregel. Voordat er een keuze wordt gemaakt, is het handig om een paar dingen op een rij te zetten:
- Het bouwjaar van de woning en de isolatiewaarden die daarbij horen
- De huidige dikte van het isolatiemateriaal op zolder of onder de vloer
- Geplande verbouwingen, want isoleren tijdens andere klussen is vaak voordeliger
- Het beschikbare budget en de gewenste terugverdientijd
- De aanwezigheid van een kruipruimte of een bereikbare zolder
Wie deze punten kent, kan een aannemer gerichter vragen stellen en voorkomt dat er geld wordt uitgegeven aan een maatregel die weinig oplevert. Het bouwjaar geeft trouwens ook een aardige indicatie: woningen van na 1992 zijn doorgaans al redelijk geïsoleerd, terwijl bij oudere woningen vaak nog op meerdere fronten winst te halen valt.
Beginnen bij de grootste winst
Isoleren hoeft niet in een keer. Veel woningeigenaren pakken eerst het dak aan, omdat daar doorgaans de meeste warmte verloren gaat, en volgen later met de vloer zodra daar budget voor is. Zolang de volgorde is gebaseerd op de werkelijke situatie van de woning en niet op een vermoeden, betaalt elke stap zich op termijn terug in een lagere energierekening en een prettiger huis.